Mijn Spaans is redelijk. Niet vloeiend, maar ik versta heel veel en ik red me. Misschien komt dat doordat ik al eerder Spaanse invloeden in mijn leven had. (Lees ook: het draadje van Spanje.) Maar voordat ik hierheen verhuisde, had ik er jaren niks mee gedaan – dus het was wat weggezakt.
Het komt gelukkig weer terug. Alleen… echt snel gaat het niet. En dat komt vooral doordat ik alleen woon, vanuit huis werk en mijn klanten Nederlands spreken. Dan zit je de hele dag in je eigen taal. Soms denk ik: als ik nu een Spaanse partner had, of op een kantoor werkte met Spaanse collega’s, dan zou het veel sneller gaan. Maar goed, dat is geen klagen. Het is mijn eigen keuze.
Toch ben ik er wél mee bezig. Ik lees tijdschriften in het Spaans, en soms neem ik een boek mee uit de bibliotheek. Dan pak ik er gewoon een ouderwets woordenboek bij – een echt boek, niet online. Ik zoek alleen woorden op die ik niet begrijp, en de rest probeer ik uit de context te halen. Soms lees ik gewoon door, ook als ik een paar woorden niet ken. Dan snap ik het verhaal alsnog vaak wel.
Ik zou natuurlijk ook naar Spaanse conversatieles kunnen gaan. In Pineda biedt Banc de Temps dat bijvoorbeeld aan. Maar eerlijk is eerlijk: ik maak er (nog) geen tijd voor. Niet omdat ik te druk ben. Ik kies er gewoon voor om andere dingen te doen waar ik op dit moment blij van word. Zoals dit verhaaltje schrijven, bijvoorbeeld.
Voorlopig red ik me prima. Ik kan een praatje maken met de buurvrouw of met mensen die ik onderweg tegenkom. Geen diepgaande discussies over politiek, maar wel spontaan contact. En dat is voorlopig genoeg.