Na veel omzwervingen tussen mijn twintigste en dertigste ben ik uiteindelijk in Amsterdam neergestreken. Ik had een relatie, kreeg waardering voor Nederland, werkte met plezier en reisde regelmatig voor mijn werk. In vakanties doken we in tropische oorden — letterlijk én figuurlijk.
Toch bleef het buitenland trekken.
En na een periode van persoonlijke veranderingen verhuisde ik naar Alkmaar.
Altijd onderweg
Alkmaar is een mooie stad, en het strand is dichtbij, maar ik voelde me er nooit écht thuis. Ik werkte aan huis, kende er niemand, en mijn vrienden woonden verspreid over het land. Mijn appartement was klein, met een douche in een kast in de keuken. Ik had het sfeervol ingericht, maar het voelde nooit als mijn plek.
Ik was veel onderweg. Ik werkte regelmatig samen met mijn collega in Nieuw-Vennep en logeerde daar dan ook. Of ik ging op huizen en honden passen. Zo ontdekte ik mooie plekken in Nederland — én lieve viervoeters. Tussendoor ging ik zo vaak mogelijk naar het buitenland. Als zzp’er mag je maximaal zes maanden per jaar vanuit het buitenland werken (als je in Nederland staat ingeschreven), en die ruimte gebruikte ik optimaal.
Van Frankrijk tot Istanbul
Ik paste op huizen in Zuid-Frankrijk, verbleef meerdere keren bij vrienden in Istanbul (waar ik zelfs twee maanden achter elkaar woonde) en bracht een winter door in het binnenland van Benidorm. In die omgeving — Relleu — kon je eindeloos wandelen, al lag het strand wat verder weg.
Waarom probeer je het niet gewoon?
Op de terugweg verbleef ik bij familie in een klein dorpje aan de Catalaanse kust. Daar waar ik nu woon. Ik kwam er vaker — een paar weken hier, twee maanden daar — en telkens als ik terug naar Nederland moest, voelde dat… verkeerd.
Ik wilde eigenlijk niet weg.
Tijdens een van die verblijven zei mijn familie:
“Waarom probeer je het niet gewoon? Of nee… waarom doe je het niet gewoon?”
Ze hadden gelijk.
Ik werk volledig online, en na COVID ging alles via Zoom. Klanten bezoeken deden we bijna niet meer. Ik kon wonen waar ik wilde.
Sommige mensen begrepen het niet. “Wacht nou tot je met pensioen bent.”
Maar ik voelde: ik wil niet wachten.
Ik ben fit. Ik kan het financieel dragen. En wat als ik wél wacht — en het later niet meer kan? Bovendien: ook in Spanje wordt alles duurder. Dus waarom niet nu?
De stap zetten
Ik begon met informatie verzamelen:
Hoe werkt het om als zzp’er in Spanje te werken (autónomo)? Hoe zit het met belastingen, boekhouding, papieren? De NIE, inschrijving, verzekeringen… En ja, het is best een bureaucratisch doolhof. Veel Catalaanse formulieren, vage websites, heen-en-weer gereis. Maar ik zette door.
In juni zegde ik mijn appartement op, pakte mijn spullen in, regelde een opslagruimte hier in het dorp — en in juli, op mijn verjaardag, reed ik in een gehuurd verhuisbusje naar Spanje.
Een thuis maken
Een appartement vinden was lastig. Misschien had ik die stap een paar jaar eerder moeten zetten, maar goed — het was zoals het was. Het appartement dat ik vond, had veel liefde (en werk) nodig. Grote klussen, zoals de elektriciteit en de keuken, liet ik doen. Maar veel deed ik zelf.
Ik kon al schilderen, maar ik leerde ook stucen, plamuren, schuren — noem maar op. Het is nog niet helemaal af, maar elke dag voelt het meer als thuis.
En elke ochtend, als ik langs het strand loop of dobber in de zee, denk ik:
Dit is het goede leven.
Mijn droom. Nu werkelijkheid. En voor mij. Altijd.