Sinds ik jong was, heb ik een fascinatie gehad voor verhalen, mensen en woorden. Niet per se uit boeken, maar vooral uit ontmoetingen, reizen en namen die bleven hangen.
Zanzibar. Alleen het woord al. Ik wist niet wat het was, maar het riep iets in me op. Later bleek het een eiland te zijn.
Ergens voor de kust van Tanzania. En toen ik verder zocht, ontdekte ik verhalen over kruiden, Arabische invloeden, de geschiedenis van de slavernij. Niet omdat iemand me dat leerde. Maar omdat ik het wílde weten.
Zo zijn er tientallen voorbeelden. Tijdens mijn tijd als au pair in Engeland bladerde ik door boekenkasten met Engelse literatuur. In Frankrijk, waar ik ben opgegroeid, kende ik op jonge leeftijd nog de fabels van La Fontaine uit mijn hoofd. Maar na mijn tiende, toen ik in Nederland kwam, raakte ik die connectie met taal en cultuur een beetje kwijt.
De geschiedenislessen op school gingen jarenlang over hetzelfde onderwerp: de Tweede Wereldoorlog. Waardevol, zeker.
Maar waar bleef de rest?
Later ben ik die honger zelf gaan voeden. Kunstgeschiedenis via de LOI. Franse klassiekers lezen in het Frans. Oude schrijvers ontdekken.
Niet om er iets mee te doen. Maar omdat het me riep.
“Soms is één zin genoeg om opnieuw op pad te gaan.”
En nu, zoveel jaar later, ben ik opnieuw onderweg. Niet fysiek deze keer, maar innerlijk. Door zinnen die me raken.
Door dichters waarvan ik nog nooit gehoord had, maar wiens woorden voelen als een thuiskomst. Soms is één woord genoeg om iets wakker te maken. Dat is mijn kompas. En daar vertrouw ik op.
Je hoeft niet alles te weten. Je hoeft niet alles te kunnen.
Maar als je nieuwsgierigheid je gids mag zijn, kom je vaak precies daar waar je moet zijn.