De laatste paar dagen in San Feliu de Guíxols.
Ik ben elke dag vroeg wakker,
maar heb vaak geen zin om écht vroeg op te staan.
De zonsopgang heb ik tot nu toe alleen gezien vanaf het balkon van mijn slaapkamer.
Waarom?
Ik weet het niet precies.
Misschien een beetje vakantiegevoel.
Maar ondertussen ben ik ook veel aan het werk.
Soms zelfs tot laat op de avond.
Een ander ritme.
Toch wil ik nog steeds een keer de zonsopgang in de baai meemaken.
Vandaag sta ik op.
Ik geef de katten eten en ga op weg.
Tegen achten ben ik op het strand.
Er zijn al een paar mensen.
Ik loop het water in.
Het is glad, glashelder.
Lekkere temperatuur.
In de verte vaart een vissersboot richting haven, een kotter, denk ik,
met een zwerm vogels erboven.
Ik hoor stemmen.
Gelach.
Ik kijk om me heen.
De zee, de baai, de rotsen met de huizen.
Ik denk aan Pineda.
En aan hier, Sant Feliu.
Er is meer geluid. Meer leven.
San Feliu is een mondain badplaatsje,
maar ook een soort klein stadje.
Het wordt wakker.
Auto’s rijden over de boulevard.
Een wagentje geeft de planten water.
Schoolkinderen verzamelen zich vlakbij.
Tuurlijk heeft het zijn charme.
Gisteravond at ik beneden aan de baai.
Voor het eerst.
Een Italiaans restaurant met uitzicht over het water.
Terwijl ik van mijn calzone genoot, kleurden de wolken zachtroze.
Langzaam gingen de lichtjes aan.
Idyllisch.
En toch…
Vanmorgen, op het strand, besef ik:
ik mis mijn plekje in Pineda.
Voor negen uur is het strand daar bijna leeg.
Misschien nog één of twee mensen verderop.
Rustig.
Verder van het centrum.
Minder lawaai.
Meer ruimte.
Mijn plek.
Vroeger wilde ik op het einde van een vakantie nooit naar huis.
Altijd nog één keer zwemmen.
Of nog even op een terrasje.
Nu is het anders.
Ik verlang naar mijn eigen bed.
Mijn werkplek, waar alles op me wacht.
Mijn eigen strand.
Mijn eigen terrasjes.
Thuis.