Elke ochtend dat ik op het strand loop, valt me iets op wat ik vroeger nooit zag.
De zon komt nooit op dezelfde plek omhoog.
Soms schuift hij naar links, richting Santa Susanna,
alsof hij haast heeft naar de zomer.
En in de winter verschijnt hij recht boven zee.
Stil en laag.
Alsof hij eerst moet zoeken waar de horizon begint.
In Nederland zag ik dat nooit.
Misschien omdat ik later buiten was.
Misschien omdat er altijd iets tussen stond,
huizen, duinen, wolken, werk.
Maar hier, met deze open Middellandse Zee,
zie je wat de aarde écht doet.
Je ziet de schuine as.
De seizoenen.
Het licht dat iedere dag een paar millimeter verplaatst,
alsof het ademt.
Het is een klein verschijnsel,
maar het herinnert me eraan dat alles beweegt. Ook ik.
En dat niets ooit precies hetzelfde blijft,
zelfs niet de plek waar het licht begint.